In 2002 is door de Tweede Kamer een wetsvoorstel aangenomen dat de zorg binnen het onderwijs en de daarvoor bestemde voorzieningen vast zou leggen en een borg garanderen voor de toekomst. Dit is vastgelegd in de Wet op de Expertise Centra (WEC). Nederland werd in regio's verdeeld; regio's waarbinnen expertise centra het regulier onderwijs ondersteunen vanuit een sleutelpositie wat betreft zorg.
De Expertise Centra betreffen met name scholen voor speciaal onderwijs (SO) en voortgezet speciaal onderwijs (VSO), de zogenaamde cluster scholen:
Cluster I
scholen voor kinderen die blind of slechtziend zijn;
scholen voor meervoudige gehandicapte blinde of slechtziende kinderen.
Cluster II
scholen voor dove kinderen;
scholen voor slechthorende kinderen (SH);
scholen voor meervoudig gehandicapte dove of slechthorende kinderen;
scholen voor kinderen met ernstige spraak- taal moeilijkheden (ESM).
Cluster III
scholen voor zeer moeilijk lerende kinderen (ZML);
scholen voor meervoudig gehandicapte kinderen (Tyltyl);
scholen voor lichamelijk gehandicapte kinderen (Mytyl);
scholen voor langdurig zieke kinderen met somatische problematiek (LZ).
Cluster IV
scholen voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen(ZMOK);
scholen voor langdurig zieke kinderen met een psychiatrische problematiek (LZ)
scholen verbonden aan een Pedologisch Instituut (PI).
Tot 2002 was er ook het SVO LOM: speciaal voortgezet onderwijs voor leer- en opvoedings moeilijkheden. In de WEC vanaf 2002 is er voor deze vorm van onderwijs geen plek meer. In 1998 werd duidelijk dat die voorzieningen op een andere wijze binnen de regionale samenwerking van scholen voor voortgezet onderwijs moeten worden georganiseerd:
Ministerie:
"....De svo-instellingen worden uiterlijk 1 augustus 2002 omgevormd tot een afdeling voor leerwegondersteunend onderwijs of een afdeling voor praktijkonderwijs aan een mavo- of vbo-school. Een andere optie is de omzetting van een svo-instelling in een zogeheten orthopedagogisch en -didactisch centrum (opdc) of een zelfstandige school voor praktijkonderwijs.
Met de omvorming van het svo in leerwegondersteunend onderwijs of opdc kan de expertise van het svo ten aanzien van de specifieke zorg voor kwetsbare leerlingen breder worden ingezet binnen het voortgezet onderwijs dan nu het geval is. Door de verbrede inzet van de zorgexpertise wordt bereikt dat zoveel mogelijk leerlingen diplomagericht onderwijs kunnen volgen. Voor de leerlingen van wie vast staat dat zij geen vbo- of mavo-diploma kunnen behalen is er het praktijkonderwijs. Deze vorm van onderwijs bereidt leerlingen voor op eenvoudige functies op de arbeidsmarkt...."
Juridische status
De OPDC's zijn bovenschoolse voorzieningen van een samenwerkingsverband van VO-scholen. Daarmee valt een OPDC onder de centrale directie van het samenwerkingsverband. Een OPDC heeft geen BRIN-nummer en ontvangt dus niet rechtstreeks geld vanuit de overheid.
Een OPDC heeft niet dezelfde status als een school voor voortgezet onderwijs. De leerlingen volgen wel het gewone onderwijs qua inhoud, toetsing en waardering. De leerlingen worden echter niet ingeschreven bij het OPDC, maar worden of blijven ingeschreven in het voortgezet onderwijs. Daarmee blijft de school van herkomst of het samenwerkingsverband mede verantwoordelijk voor de onderwijskundige inhoud.
Met de scholen waar de leerlingen ingeschreven staan én het samenwerkingsverband worden afspraken gemaakt over aansprakelijkheid, financiën, onderwijs en werkgeversschap. De organisatievorm van een OPDC verschilt hierdoor onderling.

